Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD3733

Datum uitspraak2008-06-06
Datum gepubliceerd2008-06-12
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/168 WAO + 07/171 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, aangezien geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden


Uitspraak

07/168 WAO + 07/171 WAO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 november 2006, 04/5068 WAO + 04/5069 WAO, in het geding tussen: [Verzoekster] (hierna: verzoekster) en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) Datum uitspraak: 6 juni 2008 I. PROCESVERLOOP Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 17 november 2006, 04/5068 WAO + 04/5069 WAO. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2008. Mr. De Jonge is verschenen namens verzoekster. Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. J. Hut. II. OVERWEGINGEN 1. Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 17 november 2006. Naar haar mening zijn haar aanspraken bij die uitspraak niet naar behoren erkend. 2. Het Uwv heeft in het verweerschrift uiteengezet waarom er naar zijn mening geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die tot herziening van de bestreden uitspraak zouden kunnen leiden. 3.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 3.2. De Raad heeft echter in het verzoekschrift geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb kunnen onderkennen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen. 4. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2008. (get.) J. Janssen. (get.) M.C.T.M. Sonderegger. SSw